Detectietechnieken
In Nederland liggen momenteel meer dan 1,75 miljoen strekkende kilometers kabels en leidingen in de ondergrond. De aanleg van deze kabels en leidingen heeft in het verleden niet altijd even gecoördineerd plaatsgevonden. Hierdoor laat de bereikbaarheid en vindbaarheid van de bestaande kabels en leidingen vaak te wensen over. Dit heeft tot gevolg dat, met name in stedelijke omgevingen waar de druk op de ondergrond de laatste jaren steeds groter wordt, werken in de ondergrond steeds lastiger wordt. Daarnaast kunnen onveilige situaties ontstaan en nemen de kosten van werkzaamheden en graafschades onevenredig toe. De behoefte bestaat om zonder daadwerkelijk fysiek in de ondergrond te gaan een beeld te krijgen van de in de ondergrond aanwezige kabels en leidingen. Momenteel ontbreekt echter de juiste technologie om dit op een betrouwbare manier te doen.
Om te komen tot het benodigde gereedschap worden de volgende stappen doorlopen:
- Haalbaarheidsstudie
Allereerst is een inventarisatie van de sterktes en zwaktes van bestaande detectie- en locatietechnieken gemaakt en is een functioneel programma van eisen voor het gereedschap opgesteld. Het functioneel programma van eisen volgt uit een inventarisatie van de meningen uit de kabels en leidingen branche. Op basis van de inventarisatie en het functioneel programma van eisen is de haalbaarheid van een dergelijke gereedschap beoordeeld.
Dit onderdeel is uitgevoerd. In de haalbaarheidsstudie werden drie onderzoeksrichtingen voorgesteld: (A) verdere ontwikkeling van een bestaande techniek (grondradar) (B) ontwikkelen van een nieuwe techniek (grondsonar) (C) test van bestaande producten, gecombineerd met ontwikkeling van een detectieprotocol
Voor (A) en (B) werd onvoldoende sectorfinanciering gevonden. Onderdeel (C) is momenteel in uitvoering.
|