De Producten
De hoofdproducten van het project zijn de Leidraad Duurzaam Onderhoud op Slappe Bodem en het bijbehorendesoftwarematige afweegmodel. Op deze pagina worden concreet de deelproducten genoemd die worden ontwikkeld om de leidraad en het model te kunnen ontwikkelen. Wanneer (deel)produkten gereed zijn dan zullen ze ook via deze pagina beschikbaar worden gemaakt.
De letters aan de linker kant verwijzen naar de onderdelen zoals deze in het projectplan zijn omschreven.
| A |
Geotechnische meetlat: Inzicht in de nauwkeurigheid van zettingsprognoses
|
|
|
De basis voor het afwegen van verschillende onderhoudsstrategieen op slappe bodem is de zettingsprognose. Door een onderschatting van de zettingen kan onterecht voor een traditionele, zware constructie worden gekozen. En door een overschatting van de zettingen kan juist onterecht een lichte maar zeer kostbare constructie worden gekozen.
Het maken van een nauwkeurige zettingsprognose is moeilijk en vraagt nauwgezet gebruik van alle beschikbare informatie, ook over het historische gedrag van de ondergrond tot nu toe. De beschouwde problematiek - het ophogen van binnenstedelijke gebieden op zeer slappe bodem - vraagt een andere benadering met betrekking tot de zettingsprognose dan bijvoorbeeld het aanleggen van snel- of spoorwegen of ophogingen op meer draagkrachtige bodem.
In dit deelproject wordt een Geotechnische Meetlat ontwikkeld. Door een zettingsprognose spreekwoordelijk langs de meetlat te leggen kan de nauwkeurigheid van de prognose voor dat specifieke project worden bepaald. De Geotechnische Meetlat kan zowel achteraf worden gebruikt (ter controle) als tijdens het opstellen van een prognose, als hulpmiddel in het werkproces.
Met de Geotechnische Meetlat is ook een score (rapportcijfer) te berekenen. Op basis van vijf validatiecases wordt de benodigde score bepaald voor het maken van een afweging van ophoogtechnieken, en de benodigde score voor het maken van een goede zettingsvoorspelling ten behoeve van het Definitief Ontwerp.
|
|
|
Producten:
dc2-3.12-01 geotechnische meetlat - methodiek.pdf: Hoofdrapport
dc2-3.12-02 geotechnische meetlat - validatie.pdf: Validatierapport
dc2-3.12-01 bijlage 2 - bestelformulier zettingsprognoses.pdf
|
|
| B |
Inventarisatie ophoogmaatregelen, met kosten en uitvoeringsaanwijzingen en inventarisatie ondergrondse infrastructuur
|
|
|
Er is inmiddels redelijk veel praktijkervaring met diverse ophoogvarianten met lichtgewicht materialen, ettingsvrije constructies en grondverbetering. Er is echter nog geen goed overzicht beschikbaar van de verschillende methoden en de voor- en nadelen bij toepassing bij bestaande voorzieningen op slappe grond. Een dergelijk statusoverzicht is nuttig voor zowel beheerders als ingenieursbureaus, in het bijzonder om praktijkervaringen terug te koppelen naar het ontwerp. Ook witte vlekken in kennis komen op deze wijze aan het licht.
Voor dit deelproduct wordt een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd naar ervaringen met verschillende ophoogvarianten, zowel bij aanleg en in de beheersfase en zowel met betrekking tot uitvoeringsaspecten, kosten als ontwerp. Hierbij staat een integrale beschouwing van wegen, kabels & leidingen en riolering centraal. De op die manier verzamelde kennis wordt aangevuld met informatie van leveranciers van materialen en technieken en informatie afkomstig uit de CoP.
De resultaten zullen uiteindelijk een hoofdstuk in de Leidraad Duurzaam Onderhoud op Slappe Bodem gaan vormen (zie onderdeel J).
Bij de resultaten van de literatuurstudie wordt opgemerkt dat de genoemde eigenschappen van materialen en de waarden daarvan sterk afhankelijk zijn van de type proef die is uitgevoerd om de waarde te bepalen. Daarnaast is de waarde afhankelijk van de winningslocatie, de natuurlijke variatie van de materialen en de sortering van de materialen. Bij het gebruik van het onderstaande product dient men dat in het achterhoofd te houden.
Voor de input van het model en voor het vastleggen van de aanwezige kennis en ervaring op het gebied van ophoogmaatregelen en bouwstoffen is het rapport ‘Ophoogmaatregelen en ophoogmaterialen’ opgesteld, rapport DC2-3.13-01 van het Delft Clusteronderzoek.
Voor de input van het model en voor het vastleggen van de aanwezige kennis en ervaring op het gebied van riolering, kabels en leidingen is het rapport ‘Inventarisatie ondergrondse infrastructuur’ opgesteld, rapport DC2-3.13-03 van het Delft Clusteronderzoek. Het doel van deze inventarisatie is tweeledig:
- Informatie verzamelen voor het afweegmodel om consequenties van het ophogen voor kabels en leidingen (zo mogelijk kwantitatief) te kunnen bepalen.
- Een overzicht opstellen van de state-of-the-art met betrekking tot de kennis over (het omgaan met) kabels, leidingen en riolen onder verzakkende wegen.
De inventarisatie studies hebben niet tot doel een richtlijn te zijn voor ophoogmaatregelen en ophoogmaterialen en ondergrondse infrastructuur en moeten dus ook niet als zodanig worden gebruikt.
|
|
|
Producten: DC2-3_13-01_versie_5 Ophoogmaatregelen_en_-materialen
In versie 5 zijn er wijzigingen doorgevoerd in par. 4.5.
DC2-3.13-03 ondergrondse infrastructuur
|
|
| C1 |
Bepaling benodigd grondonderzoek voor het afwegen van ophoogalternatieven
|
|
|
Gemeenten hebben behoefte aan eenvoudige, relatief goedkope meet- en voorspelmethoden om "de ondergrond" in beeld te krijgen ten behoeve van het beheer van infrastructuur. Deze behoefte uit zich op twee niveaus: bij de voorbereiding van concrete projecten (zoals rehabilitatie van een weg) en bij de strategische planning van beheer op "netwerk"niveau (wijk, hele gemeente). Dit product betreft een nieuwe tool op projectniveau.
Gemeenten, en ook anderen, hebben behoefte aan een richtlijn voor het bepalen van de minimale hoeveelheid grondonderzoek dat nodig is voor een voldoende nauwkeurig advies. Bestaande aanbevelingen zijn te generiek en daardoor vaag omdat elke situatie een toegesneden aanpak vraagt. Het probleemveld "Onderhoudsophogingen van wegen" is evenwel dermate afgebakend en specifiek dat hier een concrete richtlijn mogelijk is, die zal aansluiten bij de Geotechnische Meetlat.
Het doel van de richtlijn is, dat iemand met beperkte geotechnische kennis in grote lijnen kan inschatten of de adviseur voldoende onderzoek offreert om tot een afgewogen advies te kunnen komen. Dit spoor bouwt voort op resultaten van onlangs uitgevoerd onderzoek door CROW, CUR en Delft Cluster. ("Betrouwbaarheid van de zettingsprognose", CROW 2005, en "Bepaling geotechnische parameters", CUR 2003-7).
Het eindresultaat is een praktische richtlijn voor de bepaling van de omvang van het grondonderzoek die een hoofdstuk zal uitmaken van de Leidraad en een spreadsheet waarmee de richtlijn interactief is uit te voeren.
|
|
|
Producten: DC2-3.12-03_tool_richtlijn_grondonderzoek_voor_gemeenten.xls DC2-3.12-03A_Handleiding_Richtlijn_Grondonderzoek.pdf
|
|
| C2 |
Gegevensbeheer op netwerkniveau
|
|
|
Dit onderzoeksonderdeel is bedoeld als handreiking voor gemeenten om de juiste informatie te verzamelen en deze op een dusdanige manier (re)archiveren dat de informatie op een unieke en reproduceerbare manier terugvindbaar is. Ook ten behoeve van het gebruik van het afweegmodel Balans. Zie ook onderdelen E, F, G en H.
"Het op een unieke en reproduceerbare manier terugvindbaar maken van (voor beheer van openbaar gebied in zettingsgevoelige omgeving) relevante kwalitatief hoogwaardige informatie"
Uniek en reproduceerbaar wil zeggen: als er in een gebied naar gegevens wordt gezocht wordt altijd dezelfde (en volledige) informatie gevonden.
|
|
|
Producten: DC2-3.12-04_gegevensbeheer |
|
| C3 |
Zettingen in het afweegmodel
|
|
|
Een van de belangrijkste onderdelen van het Delft Clusteronderzoek 'Duurzame Onderhoudsstrategie voor voorzieningen op slappe bodem' is het maken van een afweegmodel. Met het model kan de meest optimale maatregel worden bepaald voor het opnieuw ophogen van de openbare ruimte in woonwijken.
In 2005 heeft het CROW een publicatie 'Keuzemodel Wegconstructies, KMW' uitgebracht waarin de fundamenten van een keuzemodel voor weegconstructie maar ook de onderbouw wordt gepresenteerd. Binnen het onderdeel C3 van het Delft Clusteronderzoek is nader onderzocht of de methodiek en systematiek van het voorspellen van zettingen zoals toegepast in KMW met eventuele aanpassingen overgenomen kon worden ten behoeve van het te bouwen afweegmodel. Gedurende het onderzoek is besloten de methodiek en systematiek niet over te nemen.
Het product voor onderdeel C3 van het onderzoek is het model voor de zettingsvoorspellingen dat voor het te bouwen afweegmodel gebruikt gaat worden. In hoofdstuk 2 is onderbouwd waarom besloten is de methodiek en systematiek van het KMW model van het CROW niet over te nemen en in hoofdstuk 3 is de methodiek en systmetiek beschreven die toegepast gaat worden in het afweegmodel.
|
|
|
Producten: DC2-3.12-05_Bepaling_zettingen_in_het_afweegmodel.pdf |
|
|
D K
|
Aanbeveling aanpassing huidige CROW systematiek BKOR
|
|
|
Door het CROW is de systematiek Beheerkosten Openbare Ruimte ontwikkeld waarmee deze kosten op netwerkniveau kunnen worden bepaald. De systematiek wordt door veel gemeenten gebruikt en er is vertrouwen in de resultaten. Alleen in gevallen waarbij niet de slijtage van de verharding maar de zetting maatgevend is voldoet de systematiek niet goed. De ervaring wijst uit dat er bij deze ondergrond elke 10 tot 20 jaar moet worden opgehoogd, terwijl de huidige systematiek uitgaat van eens in de 30 jaar vervangen van de verharding. De variabele periode en het inbrengen van het aspect "ophoging" vormen structurele uitbreidingen van het bestaande denkmodel.
In dit project onderdeel D is onderzocht of de systematiek is aan te passen zodat deze bruikbaar is voor situaties waarin zetting maatgevend is. Inmiddels zijn er investeerders gevonden om de voorgestelde aanpassing in de CROW methodiek BKOR te implementeren. In augustus 2006 is dit project van start gegaan.
|
|
|
Producten:
dc2-3.13-02 beheerkosten voor zakkende bodem een belangrijke factor.pdf
|
|
|
E F G
|
Integraal Afweegmodel, ontwikkeling en validatie
|
|
|
Het afweegmodel Balans is één van de hoofdproducten van het project. Het afweegmodel helpt de gebruiker een keuze te maken tussen verschillende varianten van ophoging op basis van integrale kosten. Integraal heeft hier in de eerste plaats de betekenis dat niet alleen de aanlegkosten op tijdstip 0, maar ook de onderhoudskosten over de levensduurperiode meetellen in de afweging. Nu reeds is geïdentificeerd dat de kosten van rioleringsonderhoud en vroegtijdige vernieuwing van de riolering een bepalende factor zijn voor optimaal integraal beheer. Werkelijke winst ontstaat wanneer de onderhoudscyclus van wegen en rioleringen kan worden gesynchroniseerd op een cyclustijd van (bijvoorbeeld) 30 jaar. De integratie met riolering zal daarom vanaf het begin een aspect zijn van het afweegmodel.

Onderdeel E betreft een uitgebreide projectbeschrijving en plan van aanpak van het afweegmodel. In dit projectplan is het kader, de werking van de verschillende onderdelen van het afweegmodel uitgebreid beschreven. Uiterlijk eind 2006 zal de rapportage van de projectbeschrijving en plan van aanpak beschikbaar zijn op deze website.
Onderdeel F betreft het daadwerkelijke bouwen van het afweegmodel. Hier is reeds in juni 2006 een start mee gemaakt. Het afweegmodel zal als web applicatie worden gebouwd. Daardoor via internet makkelijk op te starten. Daarnaast is daardoor het afweegmodel makkelijk te updaten en eventueel verder uit te breiden.
Grofweg zal het afweegmodel uit 2 modulen bestaan, een zettingsmodule en een kostenmodule. Met behulp van de zettingsmodule zullen op een eenvoudige wijze zettingsvoorpellingen gedaan kunnen worden. Op basis van deze zettingsvoorspellingen worden onderhoudsmomenten bepaald voor verschillende lichtgewichtophoogconstructies een een referentie ophoogconstructie, namelijk traditioneel ophogen met zand. Naast de keuze van lichtgewichtophoogconstrcuties kan ook een keuze gemaakt worden uit wegconstrcuties die gebruikelijk in woonwijken worden toegepast. De zettingsberekeningen zullen worden uitgevoerd met behulp van het computerprogramma MSettle van GeoDelft. Dit programma zal op de achtergrond meedraaien. De kostenmodule zal voor een groot deel gebaseerd zijn op het Afweeg Model Wegen (AMW) van het CROW. Dit model zal verder worden uitgebreid met een (milieu)kosten database van lichtgewicht constructies. Met behulp van het AMW model is het ook mogelijk om aspecten zoals hinder en overlast en milieuaspecten mee te nemen in de afweging.
Het ontwikkelde afwegingsmodel behoeft validatie, dit betreft onderdeel G. Het model zal worden getoetst aan de hand van praktijkgevallen. Door toetsing aan projecten uit het recente verleden en aan lopende projecten kan het afwegingsmodel worden gecontroleerd op juistheid en consistentie. Hiervoor zullen vier cases worden gebruikt. Het resultaat wordt als kwaliteitsdocument opgeleverd bij het afweegmodel.
De zettingsmodule zal circa maart 2007 gereed zijn. De kostenmodule met uitbreiding van het AMW model van het CROW wordt pas in 2008 verwacht. Als bouwblok van het afweegmodel is een rapportage gereed, namelijk de standaard wegconstructies die toegepast zullen worden in het afweegmodel.
|
|
|
Producten: afweegmodel en leidraad DC2-3.14-02_Standaard_wegconstructies_afweegmodel.pdf
|
|
|
H
|
Afwegingsmodel voor beheerders van kabels, leidingen en riolering
|
|
|
Op basis van voorgaande informatie zal een afwegingsmodel voor beheerders van leidinginfrastructuur en rioleringen worden gemaakt. Het afwegingsmodel moet het mogelijk maken om te kunnen beslissen of het voor de beheerders (financieel) interessant is "mee te gaan" met het ophogen van de wegen. Het eindresultaat van dit onderdeel is een eerste versie van de software waarmee beheerders onderbouwd kunnen beslissen of zij hun onderhoud al dan niet synchroniseren (op financiële, maatschappelijke en technische overwegingen). Tevens kunnen anderen het model gebruiken om meer begrip te krijgen voor de belangen van kabel-, leiding en rioleringbeheerders, zodat geen onrealistische verwachtingen ontstaan ten opzichte van elkaars belangen.
|
|
|
Producten: (verwacht medio 2007) |
|
|
J
|
Leidraad
|
|
|
Het feitelijk opstellen van de leidraad loopt parallel met alle andere hoofdactiviteiten omdat de informatie in elke fase zoveel mogelijk direct geschikt dient te worden gemaakt voor opname in de leidraad. Naast een nuttig naslagwerk moet de leidraad een overzichtelijke, intuïtief logisch te doorlopen checklist worden, een recept dat altijd een bevredigend resultaat oplevert. De leidraad moet een afspiegeling zijn van een logische projectvolgorde.
De software met de afwegingsmodellen moet een logische parallel hebben met de leidraad zodat beide producten vanzelfsprekend naast elkaar kunnen worden gebruikt. Het eindproduct wordt een rapport of boek (vergelijkbaar met CROW- en CUR- publicaties) waarin ook een korte samenvatting is opgenomen als reminder en/of checklist.
|
|
|
Producten: (verwacht medio 2007) |
|
|
L
|
Invloed van grondslag en drooglegging bij het onderhoud van voorzieningen op slappe bodem
|
|
|
Gemeenten op slappe bodem hebben meerdere malen aan de politiek aangegeven dat zij – door de slappe bodem en geringe drooglegging – voor hogere onderhoudskosten staan dan andere gemeenten. Door de Tweede Kamer (motie Hoekema) is gevraagd dit voor drooglegging te onderbouwen.
Met het in dit onderzoek ontwikkelde kostenmodel zal aan de hand van een viertal karakteristieke situaties worden nagegaan wat de invloed is van drooglegging en grondslag op de kosten van onderhoud aan voorzieningen. Hierbij wordt uitgegaan van een levensloopbenadering. Deze inventarisatie maakt de extra kosten die het gevolg zijn van de slappe bodem kwantitatief en inzichtelijk.
|
|
|
Producten: (verwacht 2008) |
|
|
|
Resultaten uit 2003
|
|
|
In 2003 zijn al enkele belangrijke bouwstenen ontwikkeld in een eerder Delft Cluster project. Deze bouwstenen richtten zich op de zettingsgevoeligheid van de ondergrond, omdat deze maatgevend is voor afwegingen over duurzaam beheer. De bouwstenen die zijn ontwikkeld:
1. een slimme extrapolatiemethode om bij bestaande voorzieningen op een eenvoudige en kosteneffectieve manier het onderhoudsmoment te voorspellen. 2. een instrument voor keuze van het meest geschikte zettingsmodel bij rehabilitatie wanneer slim extrapoleren niet meer volstaat.
|
|
|
Producten:
dc1-412-10.pdf : Technisch rapport "Duurzame Onderhouds Strategie voor voorzieningen op slappe bodem - onderdeel zettingsprognose" uit 2003
|
|
|
|