HOME CONTACT SITEMAP FAQ DELTALINK SEARCH 
Blijvend Vlakke Wegen
Werkpakketten
Activiteiten
Software
Resultaten

Verslagen Sectorbijeenkomsten - Blijvend Vlakke Wegen


22 november 2007 4e Sectorbijeenkomst: Op het snijvlak van proces en techniek. Leren van de ervaringen van de A2 

Klik hier voor het ochtendprogramma>>>
Klik hier voor de middag workshop Road Roles>>>
Klik hier voor de middag workshop Blijvend Vlak>>>



Ochtendprogramma 4e Sectorbijeenkomst

Na het welkom door ochtendvoorzitter Paul Oortwijn (directeur ONRI) wordt de aftrap verricht door Henk Vereijken (directeur CUR). Vereijken schetst in 10 minuten het kader van de dag. Hij onderstreept de noodzaak tot verniewing en tot samenwerking van stakeholders op het gebied van zowel proces als techniek. Vereijken hoopt dat er veel gelachen zal worden, indachtig de stelling van Albert Einstein dat dit de presentatie van waarlijk innovatieve ideeen onderscheidt. 
Klik hier voor de presentatie van Henk Vereijken>>>

A15: de uitdaging na de A2. Jaap Zeilmaker, RWS projectmanager van het aanstaande megaproject A15 MaVa (Maasvlakte-Vaanplein), geeft zijn presentatie over de A15 twee subtitels mee: Van Infrabeheerder naar netwerkmanager en de uitdaging na de A2. Na een kort overzicht van het A15 project en het daaraan verbonden tijdspad gaat hij in op de contractopzet. Zeilmaker verwacht bouwtijd en levensduurkosten samen te optimaliseren, door een DBFM contract met zeer globale eisen, in combinatie met een financiele prikkel in het betalingsregime voor het sneller opleveren.  De aannemer wordt verantwoordelijk voor het hele traject, inclusief het beheer van de bestaande infrastructuur, vanaf de start van het contract. Contracteisen worden ingevuld binnen het Systems Engineering kader. De diepgang van de eisen wordt  per onderdeel bepaald door de risico's die er aan dat onderdeel verbonden zijn.  Waar de risico's te groot zijn (kabels & leidingen) blijven ze bij de opdrachtgever. Bij de voorbereiding maakt Zeilmaker dankbaar gebruik van expertise vanuit de UK. De lessen die hij heeft geleerd van de A2 zijn: (1) dat een convenant-overleg met verschillende actoren een meerwaarde heeft als smeerolie in het proces en (2) dat dergelijke projecten te groot zijn voor risicovolle experimenten. Voor wat betreft de veranderde rolverdeling constateert hij dat het loslaten voor de opdrachtgever net zo moeilijk is als het oppakken voor de opdrachtnemer. Zijn stellingen rond innovatie zijn (a) dat deze ernstig wordt beperkt door de trace-wetgeving en (b) dat er nog geen contractvorm is gevonden waarin innovatie en meerwaarde voor de opdrachtgever samenvallen. De hamvraag blijft steeds hoe de risico's worden verdeeld.
Klik hier voor de presentatie van Jaap Zeilmaker>>>

A2 Holenrecht-Ouderijn, gezien vanuit de opdrachtgever. Paul Litjens van de bouwdienst van RWS schetst een helder beeld van de verbreding van A2 tussen Holendrecht en Maarssen die nu in uitvoering is. Hij memoreert hoe in 2006 de ambitie werd opgeschroefd van 2 keer 4 rijbanen naar 2 keer 5 rijstroken, vervroegd te realiseren in 2010. Daarvoor is een convenant gesloten met de minister en het bedrijfsleven. Sinds 2007 wordt gewerkt met globale prestatie-indicatoren waarin de weggebruiker en de omgeving centraal staan.  Het gedeelte tussen Holendrecht en Maarssen was toen al in uitvoering als Design&Construct. Litjens vertelt dat bij dit werk de dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer op dit moment veel aandacht heeft. Dit ondermeer vanwege de invoering van de prestatie-indicatoren, maar ook vanwege mogelijke optimalisatie door inzet van alternatieve technieken. Zijn conclusie is dan ook dat samenwerking in alle schakels van de keten nodig is om de ambitieuze doelstelling te halen. Daarbij hoort ook het sneller inzetten van nieuwe kennis. Mogelijke tijdswinst door optimalisaties wordt nu vaak beperkt door procedurele randvoorwaarden. Volgens Litjens  bieden nieuwe contractvormen wel de mogelijkheid om flexibeler om te gaan met veranderingen en kansen tijdens de looptijd.
Klik hier voor de presentatie van Paul Litjens>>>

De A2 gezien vanuit de bouwondernemer. Henk de Vos (directeur KWS) vertelt openhartig wat de insteek was van de combinatie KWS/Boskalis/VanMourik bij de aanbesteding van het deel Holendrecht-Maarssen. Een traject met slappe veenbodem, waar de risico's op restzetting groot zijn.  De gunning was op basis van bouwkosten, met een premie van een half miljoen per week voor eerder opleveren, tot een maxiumum van een half jaar.  De boete voor te laat opleveren was 1 miljoen per week. Uit zettings-analyes bleek dat de half jaar versnelling binnen de eisen kon worden gerealiseerd met een aardebaanoplossing.  Verder versnellende technieken werden niet  aangeboden vanwege de hogere aanlegkosten.  De Vos poneert daarom vast als vraag voor de discussie: " moet een aannemer meer vrijheid krijgen om een project eerder op te leveren?". Vervolgens gaat de Vos nader in op de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachnemer binnen het Design & Construct contract.  Beide partijen worstelden soms met de invulling van de nieuwe  rol.  In het werk was niet altijd duidelijk welke afwijkingen gerapporteerd moesten worden. Over de uitleg van de procestoets door de opdrachtgever bleek verschillend te worden gedacht. Door het instellen van project start-ups en reflectieteams is de samenwerking en het onderling begrip inmiddels verbeterd. Dat brengt de Vos tot zijn slotconclusie dat samenwerking in elke contractvorm de sleutel  blijft om een goed werk te maken. 
Klik hier voor de presentatie van Henk de Vos>>>

De snelweg van kennis naar praktijk. Harry Baayen is directeur van het nieuwe Deltares instituut, waarin GeoDelft en Waterloopkundig laboratorium zijn samengegaan met delen van Rijkswaterstaat en TNO-Ondergrond. Hij spreekt de aanwezige dames (daar moeten er meer van komen) en heren aan op het eerder en beter benutten van kennis binnen infrastructurele werken. Als voorbeeld geeft hij de extra versnelling (orde 1 jaar) die mogelijk was geweest op het A2 deel-traject bij Abcoude, door gerichte inzet van zettingsarme methoden. Het nieuwe afwegingsmodel van Delft Cluster laat dit direct zien en kan dus helpen om de randvoorwaarden in toekomstige contracten te optimaliseren.  Baayen introduceert de "kenniskringloop": een "rotonde"-model voor vraaggestuurde kennisontwikkeling ten behoeve van innovaties in de praktijk.  Baayen constateert dat het tempo in deze kringloop nog te laag ligt. En dat het onhandig is dat de kennis per afgeperkt kennisdomein wordt ontwikkeld. In zijn afsluitende stellingen formuleert hij daarom de uitdaging aan alle partijen in de kringloop om het sneller en integraler te gaan doen.
Klik hier voor de presentatie van Harry Baayen>>>

Kennisontwikkeling met en voor de praktijk. Projectmanager Ad van Leest (CROW) begint met het in herinnering brengen van het "kennisanker". Dit  staat symbool voor kennisverankering in de praktijk, door middel van vraagsturing, doorvertaling en draagvlak. Binnen de kenniskringloop is dit de primaire rol van de kennisorganisaties CUR en CROW.  Er zijn onder de vlag van deze organisaties nu vijf werkgroepen aan de slag, op het gebied vlakheidseisen, grondonderzoek, paal-matrassystemen, integraal wegontwerp en overgangsconstructies. De activiteiten zijn gekoppeld aan die van het Delft Cluster onderzoek "Blijvend Vlakke Wegen". Van Leest gaat kort in op het doel en resultaat van elk van de werkgroepen. Zijn stelling is dat de kennisorganisaties directer en vaker betrokken moeten  worden bij grote infrastructurele projecten om de kringloop te versnellen.  Hij stelt dat marktpartijen moeten eisen dat ervaring en kennis herbruikbaar worden gemaakt in de vorm van praktische instrumenten.
Klik hier voor de presentatie van Ad van Leest>>>

Discussie. In de discussie zijn alle partijen het er snel over eens dat bouwtijd en beschikbaarheid een grotere plek verdienen binnen de gunningscriteria dan nu vaak gebruikelijk is.  Volgens Zeilmaker krijgen deze aspecten wel voldoende aandacht in het A15 contract. Op de vraag hoe hij risicobeheersing combineert met vrijheid voor innovatie is zijn antwoord dat het contract vooral ruimte geeft op onderdelen waar de risico's beheersbaar blijven. Uit de zaal komt de opmerking dat gezamenlijke kennisontwikkeling in werkgroepen van CUR/CROW strijdig is met afzonderlijke marktbelangen bij innovaties.  Dat blijkt voer voor discussie. De perceptie is dat de risico's en investeringen die aannemers aangaan voor het ontwikkelen van innovaties onvoldoende worden beloond: binnen korte tijd is het idee gemeengoed. Daar werpt Baayen tegen in dat een aannemer continu moet innoveren, zodat hij zelf al weer verder is wanneer zijn idee wordt overgenomen. Het is een gezamenlijke belang dat kennisorganisaties zorgen voor een vruchtbare voedingsbodem. De uiteindelijke innovaties kunnen dan met minder inspanning en risico worden gedaan door afzonderlijke marktpartijen. Oortwijn vertelt dat er binnen PSiBouw wordt gewerkt aan het beter beschermen van het intellectueel eigendomsrecht, bijvoorbeeld door middel van licenties.  Ook noemt hij een opmerkelijk initiatief waarbij de gemeente Utrecht participeert in de ontwikkeling van een nieuw asfalt-type.

Oortwijn bedankt de sprekers en de zaal voor de presentaties en de discussie en nodigt iedereen uit voor een welverdiende lunch.



Workshop Road Roles 4e sectorbijeenkomst

In de workshop "Road Roles" staken  14 deelnemers zelf de handen zelf uit de mouwen. Ze doorliepen de verschillende fases van een aanbesteding voor het onderhoud van 5 wegvakken, in de vorm van een rollenspel. "Road Roles" is een serious game, ontwikkeld door promovenda Mónica Altamirano (TUDelft). Er werden drie rondes gespeeld. De opdrachtgevers hadden de moeilijke taak om per ronde binnen vijf minuten hun set van selectiecriteria en eisen op papier te brengen, onder invloed van veranderende randvoorwaarden. Na driftig rekenwerk kwamen vijf groepen van aannemers met hun aanbieding. Er werd vooral gegund op basis van de laagste prijs, met bonus en malus condities voor kwaliteit en onderhoudsfrequentie.  De aannemer kon zijn kansen vergroten, ondermeer door te investeren in onderzoek. Opvallend was dat dit in praktijk niet gebeurde. Men vond de investering te hoog en wist niet óf en hoeveel winst ermee behaald kon worden.Zodra een aannemer het werk had verworven leverde hij zijn werkplan in en berekende een computermodel het kwaliteitsverloop van de weg gedurende de onderhoudsperiode. Op grond daarvan werden de bonus en malus verrekend. Zoals in het echt ontstonden er onenigheden tussen opdrachtgever en aannemer toen de opdrachtgever niet de juiste toestand van de weg had gecommuniceerd.

  

Het algemene gevoel na afloop was dat rollenspellen als Road Roles zeker bruikbaar zijn voor experimenten met contractvormen en gunningscriteria, inclusief de wisselwerking met het gedrag van opdrachtnemers en opdrachtgevers. In verhouding tot directe toepassing in de praktijk vormen rollenspellen een goedkoop en risico-arm alternatief, waarvan bovendien veel sneller wordt geleerd. Voorwaarde is wel dat het realiteitsgehalte voldoende is.

  

  



Workshop Blijvend Vlak 4e sectorbijeenkomst

In de workshop "Blijvend Vlak" komt de techniek volop aan bod.  Zo'n 60 personen luisteren naar drie boeiende presentaties en nemen deel aan de aansluitende discussie. De presentaties gaan in op de onderwerpen en resultaten uit verschillende werkgroepen. Ze worden gepresenteerd door vertegenwoordigers van Delft Cluster. 

Suzanne van Eekelen gaat in haar presentatie in op de resultaten van de werkzaamheden die de CUR werkgroep Paal-matras heeft verricht en nog gaat verrichten. De werkgroep heeft verschillende ontwerpnormen tegen het licht gehouden, waarbij de British Standard door de mand is gevallen en waarbij de nieuwe Duitse norm (EBGEO) er goed uit komt. In eendrachtige samenwerking hebben de werkgroepleden case-studies doorgerekend. Ontwerp-resultaten uit normen zijn daarbij vergeleken met metingen (Kyoto-weg) en met numerieke berekeningen (Plaxis). Begin 2008 is ook de ontwikkeling van een ondersteunend softwaregereedschap door Delft Cluster afgerond. Deze software komt beschikbaar voor de leden van de werkgroep. Van Eekelen roept op om binnen toekomstige projecten vooral meetprogramma's op te nemen en nodigt uit om nog aan te haken. 
Klik hier voor de presentatie van Suzanne van Eekelen>>>

Stephan Gruijters gaat in op het voorspellen van langsvlakheid en de relatie tussen IRI en vlakheid. Aan de hand van een case-studie voor de A2 nabij Vinkeveen laat hij zien dat betrouwbaar ontwerpen op de huidige eis aan verschilrestzetting in feite niet mogelijk is. Hij  gaat in op de relatie tussen IRI waarde over 100 meter en een oneffenheid over 25 meter. Hij  laat voorbeelden zien waaruit blijkt dat er geen eenduidige relatie kan worden gelegd. De IRI waarde is afhankelijk van de vorm van de oneffenheid en het aantal malen dat de oneffenheid voorkomt. Hij laat zien dat IRI waarden al snel worden overschreden, wanneer geen rekening wordt gehouden met de dempende werking die de aardebaan heeft. Ten slotte geeft hij een vooruitblik naar de resultaten die hij verwacht bij het vertalen van de kennis over de heterogeniteit in de Nederlandse ondergrond naar de zettingen die daarvan het gevolg zijn. 
Klik hier voor de presentatie van Stephan Gruijters>>>

Arjan Venmans presenteert als derde spreker de case-studie A2 Abcoude in het kader van Snel en hinderarm bouwen. Hij heeft deze case geanalyseerd met het afwegingsmodel MRoad, dat is ontwikkeld door Delft Cluster, met steun van Rijkswaterstaat. Venmans laat zien wat MRoad kan en wat dat voor deze case heeft opgeleverd. MRoad levert een overzicht van haalbare aanlegmethoden langs het traject, afhankelijk van de bouwtijd en de ondergrond. Daarmee is een directe afweging mogelijk tussen bouwtijd en kosten. Het blijkt dat,  in vergelijking tot een volledige aardebaan oplossing, de bouwtijd in principe met een jaar worden gereduceerd door selectieve toepassing van een zettingsarme methode. De meerkosten zijn beperkt, vergeken met de economische winst door eerdere oplevering. Tot slot neemt Venmans ons mee in een bespiegeling over sentimenten en harde oorzaken waardoor de "kenniskringloop" naar zijn ervaring stokt bij de praktijktoepassing.  Daarom organiseren Deltares en de bouwdienst simulatie-sessies voor een reel project. MRoad en andere gereedschappen uit het Blijvend Vlakke Wegen proejct worden in twee afzonderlijke sessies toegepast voor contractvorming (RWS, december) en aanbieding (aannemers, janauari). Uit de evalatie worden haalbare versnellingsacties gedestileerd, zoals de eventuele toepassing in pilot-projecten. 
Klik hier voor de presentatie van Arjan Venmans>>>