Dijk Analyse Module (DAM)
Waterkeringen worden ontworpen om een gekozen waterstand te kunnen keren, en de kwaliteit van de waterkering wordt gedurende de levensduur getoetst. Bij veel waterkeringen is onder extreme omstandigheden niet het gebrek aan kerende hoogte het probleem, maar de standzekerheid van de waterkering. Mechanismen als het afschuiven van het binnentalud of interne erosie vormen een grote bedreiging voor veel waterkeringen.
Wanneer extreem hoge waterstanden zich voordoen, dan zal vrijwel nooit exact de ontwerpwaterstand optreden. Bovendien zal uit waarnemingen blijken dat het voorspelde gedrag afwijkt van het werkelijke gedrag van de dijken. De huidige informatievoorziening kan nog worden verbeterd.
Er is behoefte aan een instrument dat tijdens dreigende calamiteiten informatie geeft over de sterkte van waterkeringen. Dit instrument, de Dijk Analyse Module (DAM), kan worden gebruikt voor het beheersen van overstromingsrisico’s zoals het adviseren van noodmaatregelen, bepalen van het evacuatiemoment en het achteraf onderbouwen van getroffen maatregelen.
Door de sector, vier waterschappen, de STOWA en de Provincie Zuid Holland wordt een module ontwikkeld dat op basis van meteorologische- en waterstandgegevens de gevoeligheid voor bezwijken van dijkstrekkingen en het effect van mogelijke noodmaatregelen aan. Voor deze gevoeligheid worden drie ‘stoplicht’ niveaus onderscheiden:
- Groen: Er is geen reden tot zorgen
- Oranje: Let op, mogelijk gevaar
- Rood: Kritieke situatie
De (methodische) beoordeling van DAM wordt ontsloten via een topografische kaart. Hiermee ontstaat in één oogopslag een overzicht van de situatie van alle waterkeringen in een beheersgebied. Vanuit de topografische kaart kan indien gewenst worden ingezoomd op de specifieke situatie van een dwarsprofiel of kunnen andere gegevens worden geraadpleegd.
Naast een snelle indicatie van de ernst van de situatie geeft het instrument voldoende informatie en achtergrondgegevens waarmee een specialist zich snel een mening kan vormen van de locale situatie. Voor de bepaling van de sterkte van een waterkering maakt het DAM gebruik van gegevens en datasystemen die binnen waterschappen bekend zijn. Hierbij moet men denken aan gegevens over de ondergrond, geometrie, waterspanningen, vreemde objecten in en rondom de waterkering, maar ook aan beheersactiviteiten, foto’s en andere waarnemingen die de afgelopen periode rondom de betreffende waterkeringen zijn gedaan.
Met het onderzoek in het kader van Delft Cluster wordt gekeken in hoeverre het mogelijk is om zachte informatie, zoals waarnemingen, met behulp van expertkennis objectief te beoordelen. Deze informatie kan worden gebruikt om de methodische beoordeling van DAM te ‘updaten'. In de eerste fase wordt getoetst of het mogelijk is om uit zachte informatie objectieve kansen te berekenen, via een ervaringsgebaseerd model (BBN). Een voorbeeld van een dergelijk model is het bezwijkmechanisme piping.
De achterliggende gedachte is dat:
- Op basis van een berekende opbarstfactor, het wel of niet voorkomen van wellen en de verwachting van stijgende/dalende waterstand, met expertkennis iets kan worden gezegd over de kans op welvorming.
- Deze kans op welvorming, rekenresultaten en waarnemingen van zandmeevoerende wellen geeft informatie over de kans op zandmeevoerende wellen bij stijgende of dalende waterstand.
- Met deze kans, informatie over historische wellen, en de rekenregel van Sellmeyer kan wellicht een ge-update kans op piping worden berekend.
In de tweede fase wordt het model verbeterd en mogelijk voor andere bezwijkmechanismen opgesteld.
Nadere informatie: Han Knoeff, 015 26 93 544
|